vorige pagina

 

EEN VERHAAL OVER GELOOF …

 

Er was eens een stad met 7 miljoen inwoners. En daar was een mens die besefte dat het juist en goed zou zijn als er autoloze zondagen zouden komen. Hij ‘geloofde’ dat dit belangrijk was voor de gezondheid en welzijn van ‘alle’ inwoners. Hij geloofde erin dat het haalbaar was en dat iedereen er mee zou instemmen. Hij geloofde, dat als allen er het belang van zouden inzien, dat het er eens van zou komen, vroeg of laat.

 De man had al gauw een groepje mensen om zich heen verzameld, die bereid waren met hem mee te gaan, en die ook hadden ingezien hoe belangrijk het was die autoloze zondagen, en zij waren ook overtuigd geraakt dat het beter was voor ‘allen’. Dat het goed zou zijn voor het toekomstige ‘welzijn’ van de mensen in de stad. En zij ‘geloofden’ in het plan van de man, dat deze levensvatbaar was, en zij stemden ermee in, op de vraag van de man of zij het wilden vertellen en voorleggen aan de mensen die woonden in de stad.

 En zo geschiedde het, het kleine groepje breidde zich uit over de gehele stad, en velen begonnen het nut ervan in te zien nadat zij het verhaal van de volgelingen hadden aangehoord. Niet iedereen wilde of kon er in geloven, familie en verwanten deelden de verwachting niet dat het zin had, en dat het ervan zou kunnen komen, men had zijn twijfels, zag er de zin niet van in, en was alleen bezig met persoonlijk heil en bevrediging. Weer anderen vonden het maar lastig, en voelden zich in hun vrijheid beperkt worden.

 Winkeliers, restauranthouders, mensen die belang hadden in pretparken, musea en anderszins zagen hun winstkansen verkleinen, en keken een andere kant op. De meeste mensen waren niet bereid iets van hun eigen belang in te leveren, voor een algemeen belang.

 En zo, ging het jaren door. De man en zijn volgelingen wisten echter van geen opgeven, zij beseften in de loop van de tijd, dat door de groei van de bevolking, en de daarmee gepaard gaande milieu vervuiling, dat de zin van autoloze zondagen er niet minder om werd en alleen maar toenam. Maar helaas de weerstand van autobezitters en andere betrokken werd er ook niet minder door. Mensen beseften niet dat de stad er alleen maar voordeel mee kon doen, zij beseften niet dat er veel goeds voor in de plaats zou komen. Het belang van een rustdag in de week was al decennia lang uit het brein van mensen verdwenen, men taalde er niet meer naar, en de onrust van een dwangmatige samenleving werd alleen nog maar als gewoon ervaren. Dat je een dag in de week je in alle rust op straat kan vertoeven, en dat wandelaars en kinderen de ruimte krijgen om, elkaar te ontmoeten en hun kinderen hun spelletjes te zien spelen, en dat mensen dan tijd zouden hebben elkaar te ontmoeten, komt niet eens meer als een verlangen in mensen op.

 Het belang van autoloze zondagen verspreidde zich wel over de stad, iedereen had er over gehoord en zijn gedachten er over uit gesproken, maar het als een utopie naast zich neergelegd. En praktisch allemaal gingen door met het kopen van auto’s, en luxe apparaten, en lieten het toe dat ook de winkels op zondagen opengingen.

 Maar toch, de volgelingen van de man, die inmiddels overleden was, gaven hun geloof niet op, in verband met autoloze zondagen. Maar zij gingen er niet meer op uit om over het belang van autoloze zondagen te praten of na te denken, zij spraken er alleen nog maar over in de eigen kring van volgelingen, zij bleven er wel in geloven, maar wisten niet hoe om te gaan met de stem van de afwijzers die het er niet meer over wilden hebben. Er was een kloof ontstaan tussen hen die er nog in geloofden en hen die het ongenuanceerd afwezen. Het leek er op, dat wanneer mensen het begrip ‘autoloze zondag’ hoorden, dat er bij hen een knop werd omgedraaid, waardoor het besef wegviel, wat het woord te betekenen had voor de stad met zoveel inwoners.

 De voor en nadelen werden niet meer tegen elkaar afgewogen, het enigste wat mensen er nog over konden zeggen was: ik wil er niets meer over horen.

 En zo, gingen er weer vele jaren overheen, de tijd verstreek, technische ontwikkelingen volgden elkaar op, de wereld, en de stad veranderden enorm, de maakbaarheid door techniek en wetenschap werd steeds ingenieuzer. En nu is het praktisch zo, dat wat de mens bedenkt dat maakt hij ook. Maar ondertussen kwam het geloof in een ‘menswaardige’ wereld steeds meer onder druk te staan, de mensen werden ondanks de vooruitgang van de medische inzichten en maakbaarheid, toch ziek en verlangden naar het leven buiten de stad, maar konden om maatschappelijke redenen niet weg uit de stad. Het probleem van overbevolking, chaos en verwarring werd er niet minder om.

 Het verhaal van deze stad is bedoeld als voorbeeld, hoe geloof in ‘iets’ wat nog niet is, of niet bestaat, wel komen of worden kan, als er maar voldoende mensen er in geloven. En dan heb ik het niet over de maakbaarheid van het individu, waaraan we de technische vooruitgang te danken hebben, denk aan de ontdekking van elektriciteit, de telefoon, de machine, de computer. Nee, het geloof in een gemeenschappelijke maakbaarheid van ‘mensheid’, dat wordt hier bedoeld, met geloven in de maakbaarheid van een wereld waarin ieder mens zich op zijn plaats voelt, en in harmonie leven kan met de ander.

 ‘Geloof’ als zodanig is geen werkelijkheid, doch geloof kan wel mensen ertoe aanzetten om in beweging te komen, om “dat wat nog niet is” samen, met allen, te realiseren door er gemeenschappelijk moeite voor te doen. Als een miljoen mensen word geďnspireerd om een ‘goed doel’ te realiseren, dan zal er concreet niet veel of weinig veranderen binnen de samenleving van de stad met 7 miljoen inwoners uit het voorbeeld. Afhankelijk van de ‘geloofwaardigheid’ van het geloof in een verwachting, of een te bereiken doel, zal er vooruitgang te ontdekken zijn in een gemeenschap die wil leven in saamhorigheid en harmonie. Het betekent wel dat ‘geloof’ in de ware zin van het woord, een aanzet kan zijn tot verandering, maar het geloof van de enkeling of een kleine groep is niet voldoende, ‘iedereen’ dient er aan mee te doen, als het om mensheid gaat. En dat maakt het zo belangrijk dat het ‘geloof in een goede zaak’ helder, inzichtelijk en geloofwaardig dient te zijn.

 Geloof kan wel de aanzet zijn, maar alleen geloof is niet voldoende, geloof werkt het beste in samenhang met hoop en liefde. Het beste wat ik kan doen om het uit te leggen, is te zien in het kader hieronder.

 

Oefenen in geloof

Door te blijven geloven dat wat niet is, nog worden kan, en elkaar daarin blijven stimuleren

Volhouden in hoop

Houding aannemen in standvastigheid, en je niet door negatieve acties laten beďnvloeden

Vaardigheden in

liefdescontacten

Door ontmoeting en leerzame contacten, liefde tot adel verheffen

 

Wat daarbij nodig is om liefde niet te laten verdwijnen in een illusionaire werkelijkheid zijn nodig …

-      Vertrouwen

-      Respect

-      Ontzag

-      Geduld

-      Gemeenschapszin

-      Eerbied

-      Vaardigheid

-      Gelijkwaardigheid

-      Rechtvaardigheidszin

 

La Lucas